Waar het begint
In veel installaties ontstaat het risico niet door een gebrek aan warmteregulering, maar door ongecontroleerde warmtebronnen. Een standaard kachel kan intern vonken, oppervlaktetemperaturen kunnen te hoog oplopen en stof kan zich ophopen op warme delen. In een ATEX‑zone is dat een recept voor problemen. Het gaat dus niet alleen om “verwarmen”, maar om verwarmen zonder ontstekingsbron, met gecontroleerde oppervlaktetemperaturen en een constructie die bestand is tegen interne explosiedruk.
De toepassing die het vaakst voorkomt
De meest gebruikte toepassingen van explosieveilige verwarming is het conditioneren van proceslucht en procesruimtes in chemische opslag, raffinaderijen, tankparken en offshore‑installaties. Hier moeten leidingen, pompkamers, afsluiters en technische ruimtes vorstvrij blijven of op een stabiele temperatuur gehouden worden. Explosieveilige ventilatorkachels en convectoren worden hiervoor veel ingezet, omdat ze warmte gelijkmatig verdelen en voldoen aan de eisen voor zone 1 en 2, zoals beschreven in productinformatie van ATEX‑verwarmingssystemen voor industriële omgevingen .
Hoe zo’n systeem in de praktijk werkt
Een paar voorbeelden die we laatst voor klanten hebben toegepast: In een pompkamer waar oplosmiddelen worden verpompt, kan de temperatuur ’s winters dalen tot onder het vriespunt. Een explosieveilige convector of ribbenbuiskachel houdt de ruimte op een veilige basistemperatuur, terwijl een Ex‑thermostaat voorkomt dat oppervlaktetemperaturen boven de toegestane T‑klasse uitkomen. In een tankterminal waar additieven worden opgeslagen, wordt vaak gekozen voor explosieveilige kanaalluchtverhitters die warme lucht door een gesloten luchtkanaal blazen, zodat er geen open warmtebron in de ruimte aanwezig is.
Uit welke materialen bestaan explosieveilige heaters
Een hardnekkig misverstand is dat ATEX‑verwarming “gewoon een robuustere kachel” is. In werkelijkheid gaat het om een compleet andere ontwerpfilosofie: drukvaste behuizingen, temperatuurbegrenzing, vonkvrije componenten en certificering volgens ATEX‑richtlijnen. Een ander misverstand is dat infraroodstralers niet geschikt zouden zijn voor explosiegevaarlijke zones. Er bestaan wél ATEX‑gecertificeerde infraroodstralers met IP66‑behuizing en robuust glas, bedoeld voor werkplekken waar directe stralingswarmte nodig is, zoals beschreven in informatie over ATEX‑infraroodverwarming.
Wat je als engineer of facility manager direct kunt toepassen
- Kijk niet alleen naar het vermogen, maar vooral naar de T‑klasse die past bij de aanwezige stoffen.
- Bepaal eerst de zone‑indeling en kies pas daarna het type verwarming.
- Combineer verwarming altijd met een Ex‑thermostaat of regelkast die voorkomt dat oppervlaktetemperaturen te hoog worden.
- Denk aan onderhoud: stofophoping op ribbenbuizen of convectoren kan de warmteafgifte beïnvloeden en moet periodiek worden verwijderd.







Recent Comments